Jacht - de Vizsla in de jachtpraktijk

Voorstaan Vizsla

Vizsla's werden oorspronkelijk gefokt voor jagers en aan het werk gezet door jagers. Steady en betrouwbaar werkend voor het 'schot' om in een veld wild op te sporen en om na het 'schot' het geschoten wild te apporteren. Dit zit in de genen van de Vizsla. 


Ook voor vizslafokkers ligt hier een taak: behalve het afleveren van een gezonde hond met een mooi uiterlijk en een lief karakter, moet er in de genenpool van deze fokdieren gewaakt worden voor voldoende jachtaanleg, passie en een hond die graag voor de baas wil 'werken'. De nieuwe baasjes moeten door vizslafokkers gestimuleerd worden om deze aanleg verder uit te bouwen. Ook is de Vizsla zeer geschikt voor het apporteren. De Vizsla is zeer intelligent. Dit maakt de Vizsla een allround jachthond.

Gedreven jachthond

Omdat de Vizsla een zeer gedreven jachthond is, is het wel wenselijk dat zijn passie in goeie banen geleid wordt en dat hij goed onder appèl staat van de voorjager.

De Vizsla kan ook gebruikt worden om een zweetspoor uit te werken. Hij is zeer geschikt om bijvoorbeeld aangereden wild op te sporen.


Door zijn lenigheid en onuitputtelijke uithoudingsvermogen is zwaar terrein geen probleem. Wel is de draadhaar Vizsla meer geschikt voor ruw terrein met dichte begroeiing.

Ook wild apporteren vanuit het water is voor de Vizsla geen probleem.


Behandel de Vizsla consequent, maar met zachte hand. Dwing de Vizsla niet, maar laat hem plezier hebben in zijn werk!

Jacht - Jacht Aanleg Test (JAT)

Jacht Aanleg Test JAT Jachttraining Vizsla

Minimaal één keer per jaar organiseert de Magyar Vizsla Fokkersvereniging Nederland de JAT.  Tijdens de JAT word er gekeken naar de jachteigenschappen van de te beoordelen Vizsla.


Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je zou deelnemen aan de JAT

Het kan zijn dat je de JAT wilt afleggen omdat je je Vizsla wilt inzetten in de fokkerij

De fokker van je Vizsla heeft je gevraagd om hier aan mee te doen om te kunnen zien wat de nakomelingen doen 

Of omdat je het zelf leuk en interessant vind om te zien wat voor jachteigenschappen je Vizsla heeft


De jachteigenschappen worden beoordeelt aan de hand van een aantal onderdelen die je Vizsla moet uitvoeren. Deze onderdelen hoeven niet 100% correct uitgevoerd te worden, ben je dus pas net begonnen met jachttraining of heeft je hond nog helemaal geen ervaring in de jacht dan maakt dit niks uit. Er word gekeken naar zijn natuurlijke jachteigenschappen.

 

Welke onderdelen worden er gevraagd tijdens de JAT:

- schottest

- veldwerk

- sleep

- waterwerk

- apporteerwerk

- exterieur


Onderaan de pagina word er per onderdeel uitgelegd wat er verwacht word.


Bij al deze onderdelen staan er begeleiders en keurmeesters, hun kijken naar je Vizsla (dus niet naar de voorjager hoe diegene zijn of haar Vizsla stuurt of begeleid). De Vizsla kan per onderdeel een de waardering van ‘goed’, ‘voldoende’, of ‘onvoldoende’ krijgen. Bij de exterieur krijgt de Vizsla Uitmuntend, Zeer Goed, Goed of Matig.


Wanneer een Vizsla op alle onderdelen (behalve exterieur) een ‘voldoende’ heeft gehaald slaagt hij/zij voor de JAT, mocht er één ‘onvoldoende’ tussen zitten mag deze diezelfde dag nog herkanst worden.  


Alle leden van de Magyar Vizsla Fokkersvereniging Nederland mogen zich opgeven voor de JAT mits de Vizsla ouder is dan 16 weken. 


Schottest: 

Locatie: een overzichtelijk terrein met struiken of een houtwal. Op 30m afstand wordt naar keuze van de voorjager een dummy, een stuk wild of een bekend speeltje zichtbaar voor de hond opgeworpen terwijl gelijktijdig, bij voorkeur onzichtbaar voor de hond, een geweer 10m daarachter wordt afgeschoten. De onaangelijnde hond wordt opgedragen richting valplaats te gaan. Een apport is niet vereist.


Veldwerk: 

Locatie: overzichtelijk veld, tenminste 80m breed x 200m lang, met de wind bij voorkeur recht op de lange kant, lage begroeiing met wat ruigte of riet bovenwinds. Per hond worden 3 fazanten geplaatst. De eerste fazanten bevinden zich op de linker- en rechterzijde van het veld, volledig aan het oog onttrokken, maar zodanig weggezet dat verwaaiing gegarandeerd is. De 3e fazant aan het einde van het veld. Voorjager en hond zoeken het gehele veld af. De hond hoeft niet op alle aanwezige fazanten te werken.


Sleep: 

Locatie: overzichtelijk veld. Een sleep (eend) wordt getrokken over een traject van 80m, met de wind aanvankelijk opzij, en de ronde bocht zorgt ervoor dat aan het einde de wind volledig in de rug is. De hond wordt zodanig geslipt dat hij, lopend tegen de wind in, het spoor moet kruisen.


Waterwerk: 

Water werk kan op 2 manieren getest worden.


1.Locatie: een watergang van tenminste 6m breed, met een niet te hoge of steile walkant, voldoende diep dat de hond moet zwemmen om naar de overkant te komen. De hond wordt, aangelijnd, door een onbekende naar de waterkant gebracht en daar de lijn afgenomen. De voorjager komt aan de andere kant van het water aanlopen, en roept de hond bij zich.


2. Locatie: een watergang van tenminste 6m breed, met een niet te hoge of steile walkant, voldoende diep dat de hond moet zwemmen om het op het water geworpen voorwerp (dummy/wild) te bereiken. De hond moet gezien hebben dat er geworpen werd, en mag inspringen. Op de wijze van apporteren wordt niet gelet. De nadruk ligt op hoe vlot de hond te water gaat.


Apporteerwerk: waarbij de hond naar koud wild gaat (een dode eend of een fazant), de hond moet het willen opnemen en onbeschadigd rechtstreeks naar de baas brengen


Exterieur beoordeling: 

Naast de beoordeling van het totaalbeeld en type, en indachtig het gegeven dat de hond in staat moet worden geacht zonder lichamelijke problemen langdurig onder jachtomstandigheden in actie te kunnen zijn, schenkt de keurmeester met name aandacht aan lichaamsbouw, beweging en uiterlijke kenmerken van gezondheid.

Hoe deze onderdelen beoordeelt worden kan je lezen in het JAT regelement

Jacht - jachttraining

Wanneer u een pup aanschaft en hem wilt gebruiken voor de praktijkjacht, doet u er verstandig aan al jong met hem te starten met jachttraining. Liefst bij een ervaren jachthondeninstructeur.


Met welke achtergrond je de jachttraining ook wil gaan doen, recreatief, jachtproeven of uiteindelijk de jacht, het is vooral fijn om samen met je hond bezig te zijn en elkaar op deze manier beter te leren kennen. De band tussen voorjager en hond wordt sterker en ze leren elkaar te begrijpen. Als de combinatie baas/hond met plezier werkt en ze respect voor elkaar hebben, zul je zien dat training snel zijn vruchten afwerpt.

Waterwerk jacht


In de jachttraining komen o.a. de volgende onderdelen aan bod:


  • Appèloefeningen
  • Aangelijnd en los volgen
  • Blijven liggen uit zicht
  • Uitsturen en komen op bevel
  • Apporteren dummy (te land, uit water, over water)
  • Apporteren wild 

Voor  meer informatie over over jachttrainingen in het algemeen, kunt u contact opnemen met B. Rikkink via  jacht@vizslafokkers.nl

Jacht - veldwerk

Veldwerk Vizsla

 Orweja: "Veldwedstrijd organiserende(ras)verenigingen hebben statutair het behoud en de verbetering van het ras verankerd, onder meer als het gaat om de natuurlijke jachteigenschappen. Voor de staande hond betekent dit, dat de hond qua bouw en motoriek geschikt moet zijn voor het werk en moet beschikken over jachtpassie, de wil om voor te staan en een goed karakter. Mede aan de hand daarvan kan tot een selectie van zo geschikt mogelijk fokmateriaal worden gekomen."

De  Vizsla is een staande jachthond, allround inzetbaar. Hij verricht zijn werk zowel voor als na het ‘schot’. Voor het schot zoekt de Vizsla het land zigzaggend tegen de wind af. Zodra hij dan wild ruikt, staat hij voor. Dit wil zeggen dat hij met de neus het wild ‘aanwijst’, één poot omhoog. Vizsla’s worden vaak gebruikt bij de jacht op veerwild.

Bij de veldwerkwedstrijden wordt onder andere gekeken of de hond mooie lijnen in het veld volgens een patroon loopt. Ook wordt gekeken hoe het contact met de voorjager is en of hij schotvast en steady is. Vizslafokkers kunnen helpen bij het doorgeven van dit talent in de genenpool van ouderdieren.


Voor  meer informatie over jachttrainingen gericht op veldwerk, veldwerkwedstrijden en (Europese)kampioenschappen, kunt u contact opnemen met M. Groenewegen via 
veldwerk@vizslafokkers.nl

Jacht - zweetwerk (speuren)

Zweetwerk speurwerk

Bij jachthonden wordt het speuren ‘zweetwerk’ genoemd. Zweet is de benaming voor het bloed van het door een schot of aanrijding gewond dier (of een nabootsing daarvan).  Je kunt je hond trainen in dit ‘zweetwerk’. 


Er worden regelmatig testen en proeven volgens het ORWEJA-reglement georganiseerd. ORWEJA staat voor Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden. Het is een samenwerkingsverband tussen de Jagersvereniging en de Raad van Beheer. Is je hond getraind, dan kun je je laten oproepen door politie of jachtopzieners als gewond wild moet worden getraceerd.

Er zijn diverse jachthondenscholen en- trainers die zweetwerktraining aanbieden. 


Bij ORWEJA valt het zweetwerk onder het veldwerk.

Share by: